Logo Pianowereld

Deze maand in Pianowereld

Cover Pianowereld 6-2015
  • Winteravonden aan de Amstel
  • Sviatoslav Richter
  • Bach Festival Brugge
  • Pianowerelden: Aeham Ahmad
  • Interviews met o.a. Natalia Gutman en Thomas Oliemans
  • Bladmuziekbijlage: Pjotr Iljitsch Tschaikowski
  • Actie: Probeer Pianowereld 1e jaar € 25,-

Nieuws

Muziekgebouw aan ‘t IJ viert tienjarig bestaan met driedaags festival

Van bamboebos tot Muziekgebouw
Een laboratorium voor eigentijdse muziek. Dat stond hoornist Jan Wolff, de in 2012 overleden inititator en directeur van het Muziekgebouw aan ’t IJ, voor ogen toen hij besloot dat zijn met eigen handen opgebouwde concertzaal in de IJsbreker niet meer voldeed aan alle eisen die moderne muziek stelt. De zaal was te klein, de banken waren te hard, de kleedruimten waren ondermaats en de akoestiek was alles behalve ideaal. Het kon en moest beter, vond Wolff al in de jaren tachtig: ‘Het bestaat toch niet dat hier topmusici een onvoorstelbare prestatie leveren waar ze máánden, járen op hebben zitten studeren en zwoegen, hè, en dat wij hier dan niet de faciliteiten hebben van een professioneel concertgebouw voor eigentijdse muziek’… ‘We moeten af van dergelijk minimum gedoe. En niemand moet het in zijn hoofd halen om ‘nee’ tegen me te zeggen!’

            Dat laatste hebben de elkaar opvolgende kunstraden, fondsen, bouwcommissies, cultuurministeries en gemeentelijke instanties, die Wolff twintig jaar lang onophoudelijk bestookte om zijn droom te kunnen verwezenlijken, aan den lijve ondervonden. ‘Ik heb me als een soort taai bamboebos laten omwaaien, maar niet laten breken’, verklaarde de door gezondheidsproblemen ondermijnde Wolff, toen hij in 2008 afscheid nam als directeur van het Muziekgebouw. Na diverse ontwerpen en locaties, waaronder het terrein van de Westergasfabriek, die uiteindelijk allemaal niet doorgingen, was het grote moment in 2005 daar: Koningin Beatrix toog naar de IJ-oever om Wolffs ‘monument voor zijn eigen doorzettingsvermogen’ te openen, het schitterende door drie architecten Nielsen in een voortdurende dialoog met Wolff ontworpen Muziekgebouw aan ‘t IJ.  

            Het is droevig dat de ‘opperherbergier der Nederlandse ensembles’ Wolff, die zijn loopbaan begon als hoornist in het Concertgebouworkest en die later met zijn muzikale zielsverwant Willem Breuker de harde kern vormde van het blaasorkest De Volharding,  het tienjarig jubileum van ‘zijn’ Muziekgebouw niet meer heeft mogen meemaken, want hij zou er enorm van genoten hebben. Niet alleen vanwege de niet aflatende stroom enthousiaste bezoekers die drie dagen lang het Muziekgebouw in- en uitstroomden, maar ook vanwege de even kleurrijke als verrassende en originele programmering van het driedaagse muziekfeest, waarin ook de deels in het kantoorgedeelte van het gebouw gehuisveste eigentijdse ensembles van Nederland hun opwachting maakten.

Wolff groeide in de jaren veertig op in een artiestenpension in Amsterdam West, dat bevolkt werd door slangenbezweerders, trapezewerkers, goochelaars en jongleurs, een wonderlijke omgeving die een rol moet hebben gespeeld bij zijn muzikale aspiraties. Nu stonden er ter ere van het tienjarige bestaan reusachtige ‘muziekschommels’ op het terras van het Muziekgebouw, en de voortdurend wisselende activiteiten in en rondom het gebouw – van een rondvaart over het IJ met muziek van John Cage, een slaapconcert met zestig bedden door fagottist Bram van Sambeek, een ode ter ere van de tachtisgste verjaardag van Arvo Pärt tot aan een jubileum-app voor een muzikale wandeling langs ‘t IJ van Rosalie Hirs en de spectaculaire laser & sound-show Lumière van V jay Robert Henke – ademden de magie van een doorlopende muzikale circusvoorstelling.


Muzikale hoogtepunten

Zelf was ik getuige van drie hoogtepunten uit de feestelijke programmering. Op zaterdag 12 september presenteerden de vaste Muziekgebouw-bespelers Amsterdam Sinfonietta, Asko/Schönberg, Calefax, Capella Amsterdam, Ives Ensemble, Nederlands Blazers Ensemble, Nieuw Ensemble en Slagwerk Den Haag zichzelf als ‘De beste acht ensembles’ in een wervelend programma vol oude en nieuwe muzikale hoogtepunten, waaronder de concertante opera Rikadia van Janacek, de Synaesthesia Suite van Kate Moore, de Kammersinfonie op. 118 a van Shostakovich en ‘Bach in Perzië’ van Reza Namavar, eindigend de gezamenlijk gespeelde wereldpremière van Willem Jeths, een kort maar krachtig statement met de welsprekende titel ‘Strijdlied voor de Nieuwe Muziek.’ In de woorden van Jeths, de componist des vaderlands: ‘Wat een gebouw: voorwaarts! Met vereende kracht, de nieuwe muziek gaat immers door en is niet te stuiten, door niets!’


           
Op zondagmiddag 13 september beleefde ik de spectaculaire muzikale vlucht door de Zwitserse bergen van pianist en piloot Ralph van Raat, die via de piano een vluchtsimulator bestuurde in zijn sensationele concertprogramma The Piano and the Flightsimulator op muziek van Florian Magnus Maier. Terwijl Van Raat via muzikale commando’s aan de vleugel alle handelingen verrichte om zijn kleine Cessna-vliegtuig te laten opstijgen, in de lucht te laten laveren en ten slotte weer tussen de hoge bergtoppen veilig aan de grond te zetten, vloog het publiek visueel mee via grote schermen waarop de vlucht als het ware gezien vanuit de cockpit zichtbaar werd gemaakt. Dat leidde tot een spectaculaire beleving, waarbij de hardop zijn checklist afwerkende Van Raat maar één keer uit koers raakte toen hij op het gras in plaats van op de startbaan belandde.


            Nog diezelfde avondklonk in de Grote Zaal een voorproefje van drie vaste series uit de programmering van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. De Russische pianist Alexander Melnikov luidde in de Symfonische Etudes op. 13 van Schumann met ijzeren hand en meedogenloze structurele ordentelijkheid, maar ook met te weinig verbeeldingskracht en poëzie, de Pianoserie in, gevolgd door een geslaagdere vertolking van Schumanns Pianokwintet door Melnikov en het intens musicerende Quator Danel als opmaat tot de Kamermuziekserie. Tot besluit gaf bariton Florian Boesch met zijn expressief spelende pianobegeleider Justus Zeyen een enerverende inleiding ten beste op de Vokale Serie met de door romantisch maanlicht beschenen Liederkreis op. 39 van Schumann.


Tekst: Wenneke Saveije

 

 

Willem Brons in Brughuisje

Pianist Willem Brons speelt zowel op grote moderne concertvleugels als op de kleine fragiele historische instrumenten uit de tijd van Mozart, Beethoven en Schubert. Op zondag 6 september had hij de smalle toetsen onder zijn vingers van een sierlijk pianootje, gebouwd in ca 1805 door de Weense pianobouwer Johann Zahler.                  

Het evenement vond plaats in Konsato, het kleinste concertzaaltje van Amsterdam: één van de door architect Piet Kramer gebouwde Amsterdamse brughuisjes, een juweeltje aan de Jozef Israëlskade bij de ingang van het Okura Hotel. Het publiek zat zowat op schoot bij de musicus, terwijl in de vrij hoge ruimte toch geheel onverwachts sprake was van een redelijk goede akoestiek. In Amsterdam is kennelijk grote behoefte aan dit soort intimiteit. Ook het Grachtenfestival organiseert jaarlijks concerten in de huiskamers van grachtenpanden.

De klank die uit het minipianootje van Zahler komt is verbazingwekkend rijk: een ronkende bas die contrasteert met een heldere, metaalachtige discant. Willem Brons houdt van die klankrijke bas: ‘Ik denk dat je de muziek van de Weense klassieken vanuit de bas moet benaderen. Het ontstaan van die muziek danken wij immers aan de barokke basso continuo praktijk. Die rolverdeling tussen bas en discant klinkt in Wenen nog door tot in de vroege 19e eeuw.’

In het programma met voornamelijk werken van Mozart, verrijkt met wat Bach en Haydn, kwam door deze aanpak de dramatische kant van de muziek volledig tot uiting. Brons pakte het bas-rijke instrument stevig aan. Daardoor gloeide vanuit het donker de duistere en gepassioneerde sfeer op in Mozart’s sonate  KV 310 en in het Adagio in KV 540. Bij de wonderlijke wending naar majeur in de laatste maten van het Adagio miste men een zangerige kwaliteit in de discant van het instrumentje, evenals in de overige stukken op het programma. Nou ja, om met Johan Cruijff te spreken: elk nadeel heeft zijn voordeel!

Het onopgesmukte, dóór en dóór muzikale spel van Brons en zijn pleidooi voor het kleine authentieke instrument maakte deze avond tot een hartverwarmende belevenis.


Tekst: Katja Reichenfeld

 

 

Barry DouglasPianist Barry Douglas musiceert als een dichter

Concert: Barry Douglas, piano, 18 september, Muziekgebouw aan ‘t IJ
Programma: Schubert 4 Impromptus D899, Wanderer Fantasie D760, Brahms Paganini variaties op. 35, 8 Klavierstücke op.76


            
Een programma met daarop twee pianistisch honds moeilijke werken als de Paganini variaties van Brahms en de Wanderer Fantasie van Schubert, dat wekte de verwachting van de ontmoeting met een macho-achtige klavierleeuw. Op het podium verscheen echter een dichter die de nadruk legde op de zangerigheid van klank en melodielijnen.

 

            Schuberts Impromptus klonken als liederen zonder woorden, en slechts af en toe verstoorde het gebruik van het rechter pedaal iets van de helderheid. De weemoedige Klavierstücke van Brahms waren van een hartveroverende zangerigheid en lichtheid, en ook bij de duivels ingewikkelde partituren van de Paganini variaties en de Wanderer fantasie vermeed Douglas de valkuil van het bombastische vertoon.

   
        En wat bleek? Ook in de bij uitstek virtuose Variaties weet Brahms te ontroeren, en zelfs in de op Beethoven geënte slotfuga van de ‘Fantasie’ is Schuberts heftige betoog glashelder te volgen. Dit alles door het tovermiddel dat ‘cantabile’ heet. Wat zou Schubert zelf dit graag hebben gehoord! Na een eigen optreden schreef hij in een brief aan zijn ouders: ‘...kennelijk zat er een engel op mijn schouder want er waren mensen die me verzekerden dat de toetsen onder mijn handen klonken als zangstemmen. Ik ben daar erg blij mee want ik kan dat verdomde gehak van zelfs heel goede pianisten niet uitstaan.’ En Brahms, zelf een pianist van formaat, speelde volgens Joseph Joachim ‘licht en helder, koel en onverschillig voor passie’.



            Douglas’ spel smaakt naar meer, en gelukkig is daaraan te voldoen want voor het label Chandos neemt hij alle pianomuziek van Brahms en Schubert op (vier Brahms cd’s zijn al uitgebracht, twee volgen binnenkort, en van de Schubert serie is nu de eerste uitgekomen met o.a. de Wanderer Fantasie).



Tekst: Katja Reichenfeld

 

Extra concert Barry Douglas:
zaterdag 21 november, 14.30 uur, Muziekgebouw aan t IJ, Amsterdam

In een eenmalig concert tijdens het YPF festival speelt de Ierse meesterpianist Barry Douglas prachtige pianoconcerten van Mozart en van Beethoven samen met studenten van het Conservatorium van Amsterdam Kamerorkest.

Info: http://www.ypf.nl/ypf/festival/programma/barry-douglas-conservatorium-van-amsterdam-kamerorkest

 

 

Alexander MelnikovAlexander Melnikov doet het licht uit

Erg veel beloofde het recital van Alexander Melnikov in Muziekgebouw aan 't IJ aanvankelijk niet te worden. In Scriabins Tweede en Derde pianosonate haalde de Russische pianist geenszins het niveau dat van een meesterpianist verwacht mag worden: slordig pedaalgebruik en weinig consequente articulatie ontsierden de sensuele zanglijnen in Scriabins hoogst persoonlijke polyfonie. Ritmische spasmen verstoorden de balans. Kortom, het geheel kon het solitaire licht van de naar Sviatoslav Richters gewoonte op het podium opgestelde schemerlamp nog maar net verdragen.

Maar toen deed Melnikov het licht uit en wat er volgde was een uiterst geconcentreerde lezing van Scriabins Negende pianosonate de 'Zwarte Mis' waarin de pianist ineens wel degelijk haarscherp bleek te kunnen articuleren, hij harmonieën delicaat wist uit te lichten en ook ritmisch de teugels zo strak hield, dat hij in de laatste culminatie ten opzichte van Horowitz slechts een mespuntje uithoudingsvermogen tekort kwam. De duisternis bracht ook het publiek een beklemmende ervaring, zo bleek tijdens gesprekken in de pauze. Nachtmerries uit de kindertijd kwamen naar boven. Zelfs herinneringen aan overvliegende bommenwerpers in de Tweede Wereldoorlog werden opgehaald.

De beproeving zou na de pauze alleen maar groter worden toen Melnikov Morton Feldmans Triadic Memories vertolkte in het inmiddels haast vertrouwd geraakte duister. Volgens Melnikov was Feldmans muzikale ritus – minimalistischer nog dan minimal music – het enig logische vervolg op de lijn die Scriabine had ingezet. Ruim een uur hield de pianist de luisteraars gevangen in de tussen pppp en mf meanderende, repeterende figuren. De opperste concentratie en discipline waarmee Melnikov te werk ging, dwong een stilte af waarin men op een gegeven ogenblik zelfs de zweving van de afzonderlijke snaren kon waarnemen. Nu en dan hoorde je enkele luisteraar, die het allemaal teveel geworden was, muisstil vertrekken. Een rij of drie voor mij voor mij trilde, boos en verongelijkt, een op 'stil' gezet mobieltje. Slechts een enkele keer ging er een gedempt kuchje op.

Toen de laatste klank was weggestorven, volgde een ovationeel applaus. Voor een toegift was het te laat geworden en zo togen we nog wat verdwaasd door de publieke hypnose naar huis.


Tekst: Elger Niels
Gehoord 16 mei, Muziekgebouw aan 't IJ

 

Pianowijzer

Heeft u een vraag over het brede onderwerp 'de piano/vleugel' leg deze dan voor aan een deskundig panel. Het panel bestaat uit de pianisten: Regina Albrink en Ed Weber en Steef Ypma; pianotechnicus Karel Pepermans; muziekwetenschapper Geert Dhondt en een deskundige op het gebied van bladmuziek: Ton Habraken. De antwoorden worden gepubliceerd in Pianowereld.

U kunt uw vraag sturen naar: ben@daeter.nl.

© Copyright 2016 - Pianowereld Magazine