Logo Pianowereld

Deze maand in Pianowereld

Cover Pianowereld 3-2016

Nieuws

Dennis ZhdanovHet leven in de breedte ontdekken

De Oekraïense pianist Denis Zhdanov was een van de opvallendste kandidaten in de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd dit jaar. Wij tipten hem bij de finalisten en dachten zelfs dat hij hoog zou eindigen. De jury besliste daar, niet slechts tot onze verbijstering, anders over. Daags na de proclamatie van de finalisten spraken wij Zhdanov. Een uitgebreid gesprek vol boeiende inzichten en opvattingen over de vertolking van muziek.

Denis Zhdanov, was je niet al te teleurgesteld dat je de finale niet gehaald hebt? Wij vinden het in elk geval onbegrijpelijk! Wat was je motivatie om deel te nemen, en heeft je deelname je uiteindelijk iets opgeleverd?

Als ik deelneem aan een wedstrijd prent ik me altijd in dat er om het even wat kan gebeuren. Ik ben ondertussen net zo goed voorbereid op een onmiddellijke uitschakeling als op een overwinning. In het eerste geval probeer ik niet te veel uit het lood geslagen te zijn en gewoon verder te gaan, en probeer ik er iets mee bij te leren over mijn prestatie; in het andere geval ben ik mij er steeds van bewust dat het altijd om een subjectieve beslissing gaat die bevestigd moet worden tijdens volgende optredens. Verliezen stelt je in staat iets bij te leren; winnen brengt verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee.
Natuurlijk was het een grote eer en een groot genoegen geweest als ik finalist was geworden, maar dat het niet zo is, heb ik alweer achter mij gelaten. In elk geval: mag ik niet klagen, want ik heb een recital en een pianoconcert mogen spelen in een fantastische concertzaal, kreeg warme reacties van het grote publiek en legde professionele contacten die me in de toekomst hopelijk een aantal optredens zullen opleveren. Eigenlijk ben ik erg tevreden.

Je vertelde ons dat dit vast niet je laatste deelname aan een wedstrijd zal zijn. Ben je nog steeds gemotiveerd om aan concoursen deel te nemen? Heb je positieve ervaringen kunnen opdoen bij de competities in het verleden, los van het resultaat dat je behaalde?

Ik nam dit jaar al deel aan een wedstrijd, een maand geleden in Jaen in Spanje, waar ik de derde prijs behaalde, de publieksprijs en een speciale prijs voor de beste uitvoering van het opgelegde werk. Daar was ook sprake van een verschil tussen de publieke opinie en het oordeel van de jury – nieuw voor mij, maar kennelijk mijn lot dit jaar. Dat verrast me, want ik vind niet dat ik extravagant of uitzonderlijk vrij ben in mijn spel. Aandacht voor de partituur en de stijl zijn altijd prioriteit voor mij, al wil ik de stukken niet spelen zoals ‘men’ verwacht dat ze gespeeld zouden moeten worden – er is altijd iets dat je op je eigen manier wilt zeggen.
Ik geloof niet dat ik nog aan andere wedstrijden zal deelnemen dit jaar. Ik heb nu heel sterk de behoefte om de komende maanden een paar nieuwe stukken en een paar pianoconcerten te gaan instuderen en verder nog een aantal extra professionele vaardigheden te ontwikkelen. Bovendien moet ik me bijna de gehele volgende maand op kamermuziek toeleggen. Maar natuurlijk zal ik volgend jaar misschien wel weer deelnemen aan andere wedstrijden. Competities als de Elisabethwedstrijd zijn uitstekende kansen om te spelen voor een wereldwijd publiek.

We willen je graag een vraag stellen over ‘tradities’ en ‘scholen’. Kreeg jij je muzikale opleiding aan een school of conservatorium, of had je verschillende leraars in verschillende landen? Heb je een voorbeeld van een leraar die grote invloed op je had, of onderging je verschillende invloeden?

Ik had een geweldige lerares toen ik aan de muziekschool les volgde. Ze was echt gepassioneerd door muziek en haar liefde voor kunst heeft me ontzettend geïnspireerd. Later studeerde ik bij verschillende leraars en pianisten van wereldniveau in Oekraïne, Italië, Groot-Brittannië en Zwitserland. Ik ben er eigenlijk niet zeker van of er wel ‘scholen’ bestaan – elk waarlijk artiest is uniek en die uniciteit is absoluut noodzakelijk voor de kunstbelevenis. Zou je werkelijk van een ‘Russische school’ kunnen spreken? Misschien, wie weet, maar ik kan me niet voorstellen hoe het mogelijk zou zijn om Richter met Gilels te vergelijken, of Virsaladze met Bashkirov, hoewel die dezelfde leraars hadden. Als je alleen maar probeert om een stijl van iemand over te nemen, ben je geen adept van iemands school, maar een epigoon.
Elk van mijn docenten heeft me bijzondere ervaringen bijgebracht, soms gaven ze volledig tegengestelde adviezen en ik ben erg gelukkig dat ik bij zulke uiteenlopende persoonlijkheden mocht studeren. In elk geval probeer ik een advies niet gewoon uit te voeren, maar het toe te passen op mijn handen, lichaam en mijn manier van denken. Het is ook erg belangrijk om docenten te hebben die niet zozeer gewoon les geven, maar je bovenal leren om onafhankelijk te denken.

Ben je ook op zoek naar andere manieren buiten het wedstrijdcircuit om concertaanvragen te krijgen? Bijvoorbeeld: doe je pogingen om aan festivals deel te nemen? Zijn wedstrijden een ‘noodzakelijk kwaad’ voor jou of ben je er nu klaar mee?

Uiteraard zijn wedstrijden niet de enige manier – eigenlijk helpen ze zelden. Slechts een enkele keer bezorgen ze je de mogelijkheid om elders op te treden. Het is eigenlijk gewoon een kans om mensen te ontmoeten en te kunnen spelen voor een groot publiek, maar je toekomst hangt niet alleen af van je prestatie of van resultaten als een prijs, eerder van je sociale vaardigheden. Belangrijker is de vraag of je mensen in het publiek hebt kunnen bereiken die niet alleen je spel appreciëren, maar ook de zin en de middelen hebben om je nadien verder te helpen.
Maar het goede aan wedstrijden is dat ze openstaan voor iedereen. Toen ik nog een jongetje uit Oekraïne was, kreeg ik, nadat ik een wedstrijd won, de kans om mezelf te tonen en het leverde ook een aantal engagementen op. Het is hard werken, veel harder dan wanneer je de beste vriend van de dirigent bent, maar het stimuleert je wel om je stinkende best te doen en ik zal het wedstrijdcircuitmet plezier achter mij laten zo gauw ik voldoende concertuitnodigingen en andere werkzaamheden op mijn terrein aangeboden krijg.

Vind je het belangrijk om oude opnames te beluisteren of opnames van pianisten die je echt geïnspireerd hebben? En wie zijn de artiesten die je inspireren?

Ik kan niet zomaar wat namen noemen, want er zijn zoveel grote muzikanten! Soms speelt iemand slechts één stuk uitzonderlijk, maar dat is nog steeds voldoende om geraakt en geïnspireerd te worden. Er zijn echter veel meer dingen die je iets kunnen bijleren of je kunnen inspireren dan het luisteren naar opnames – je moet het leven in de breedte leren ontdekken.

Je interpretatie van Brahms’ opus 116 verschilde duidelijk van de geaccepteerde standaarduitvoeringen zonder gewild of gemaakt te klinken. Zou je ons iets kunnen vertellen over de ideeën achter en de motivatie voor die aanpak?

Ik heb geen idee van geaccepteerde standaarden voor de uitvoering van dit werk of van andere stukken – elke pianist die ik het hoorde spelen deed het anders. Bij elk stuk dat ik uitvoer, probeer ik de artistieke idee van het werk te ontdekken en een manier om die vervolgens weer te geven. Alle opmerkingen van de componist zijn daarbij belangrijk, omdat ze een soort richtingwijzers zijn die je helpen. Dit is dus eigenlijk gewoon mijn opvatting over, en mijn gevoel bij het stuk op dit punt in mijn leven. Het zou zomaar kunnen dat ik morgen of over tien jaar deze interpretatie onaanvaardbaar vind en haar sterk aanpas.

Mijn leraar vertelde me ooit iets wat ik weliswaar onbewust begreep, maar nooit eerder zo expliciet voor mezelf in de praktijk bracht: de beste manier om een stuk te spelen op een andere manier dan iedereen het doet, is doen wat in de partituur staat, meer niet. Als je luistert naar vaak gespeelde stukken (zoals Chopins Ballade opus 23), terwijl je heel aandachtig de partituur volgt, begrijp je wat ik bedoel.
Maar ik geloof dat er talloze manieren zijn om vrijheid te vinden en ruimte voor een creatieve aanpak zonder de ‘traditionele’ manier van uitvoeren te discrediteren. Het gaat meer om jezelf proberen te overstijgen dan om iets te verzinnen. Ik ben een fan van deze quote van Michelangelo: ‘Ik zag in het marmer de engel en ik bleef hakken tot ik ‘m bevrijd had.’ De noten op papier hebben eigenlijk alles al in zich, onze taak is het om ze te bevrijden van de stereotypes en persoonlijke associaties die eraan kleven, zonder de individualiteit van het stuk te verliezen, gewoon door ze op te poetsen. Dat is hard werken, moet ik zeggen. Kunst is voor mij een unieke manier van zelfontwikkeling en ik sta nog maar helemaal aan het begin van dat proces.

Je Mozart was niet minder ongebruikelijk: met een drive en een gewicht die we normaal gesproken associëren met Beethoven. Zou je ons iets kunnen vertellen over de ideeën die je uitvoering hebben gevoed?

 

Niemand heeft die vergelijking met Beethoven gemaakt en dat was zeker niet mijn intentie. Misschien heb ik mezelf niet toegestaan om zachter te spelen omdat ik het orkest niet zacht genoeg vond spelen. Maar de vraag doet me denken aan het verhaal van de belangrijke Russische pianiste Maria Yudina, die beroemd was om haar extreme interpretaties, hoewel ze een uniek talent bezat. Na een Mozart-concert, dat ze speelde met grote kracht en veel klank, wat eerder typisch is voor Liszts pathetische stukken, kwam Heinrich Neuhaus (de leraar van Richter en Gilels) geschokt op haar toe en vroeg haar: ‘Maria Veniaminovna, vertel me eens waarom je Mozart op die manier speelde?!’ En zij antwoordde rustig: ‘Weet je, ik zag plots een bronzen ruiter in dit stuk...’
Alle gekheid op een stokje: dit is, behalve een zogenaamde hit van de klassieke muziek, eigenlijk ook een moeilijk te benaderen pianoconcert. Ik vind het heel dramatisch, vooral in het tweede deel, waarin volgens mij geen enkel licht of vreugdevol element zit. Wat de harmonie betreft is het eigenlijk puur lijden in klanken. De pianopartij in dit deel is ongelooflijk ascetisch, zelfs voor Mozart. Eigenlijk heeft enkel het derde deel die echte drive die alle stress wegneemt.

Wil je je in het vervolg voornamelijk focussen op solorecitals, kamermuziek, pianoconcerten of streef je een fijne mix van dat alles na? Wat zijn je persoonlijke voorkeuren? Als we het grote aantal orkesten waarmee je al gespeeld hebt in acht nemen, zou je denken dat de derde optie je voorkeur wegdraagt.

Dat kan ik onmogelijk zeggen – het is allemaal interessant en erg verschillend van elkaar. Ik speel echt heel graag kamermuziek, al is het niet altijd makkelijk om partners te vinden waarmee het helemaal klikt. Hetzelfde kan je zeggen van het soleren met orkest. Dat is een fantastisch, en ik wil graag nieuwe uitdagingen aangaan op dat vlak, maar aangezien we allemaal onze eigen ideeën hebben over de wijze waarop bepaalde stukken moeten klinken, wordt de voldoening soms evenredig kleiner met het groeiend aantal mensen op het podium.
Het is natuurlijk belachelijk om te zeggen ‘het orkest speelde eigenlijk niet helemaal zoals ik het wilde, de dirigent volgde mijn ideeën niet, maar ik deed mijn best, dus het was een succesvol concert’. Dat zijn baarlijke nonsens! Al is er natuurlijk niets zo inspirerend als deel uitmaken van een concert, waarbij elk orkestlid met passie en verantwoordelijkheid de uitgezette lijn volgt.

Wil jij je in de eerste plaats ontwikkelen als een allround pianist, of wil je je eerder toeleggen op een specifiek repertoire? Je lijkt in elk geval een breed spectrum aan stukken op je repertoire te hebben, met uitzondering misschien van het Franse repertoire.

Ik heb niet het gevoel dat ik mezelf beperk tot een stijl of een componist, en eigenlijk is het jammer dat het leven zo kort is dat het onmogelijk is om alle muziek te spelen die het waard is om uitgevoerd te worden. Met elk stuk dat je speelt of studeert, leer je zoveel bij, niet alleen over de muziek, maar ook over jezelf. En inderdaad, de Franse muziek heeft me nog maar heel recent weten te interesseren, maar ik hoop er in de toekomst toch veel van te spelen.

Vind je het belangrijk om contacten met andere pianisten, concertorganisatoren en agenten te hebben of beschouw je jezelf eerder als een ‘loner’ die aan zijn eigen weg timmert in het concertcircuit?

Hoe zou het mogelijk zijn om je eigen gang te gaan in de concertbusiness zonder contacten? Dat is de reden waarom we zoveel reizen en gelegenheden zoeken om op te treden, en ontmoetingen te hebben. Elke artiest heeft het nodig dat hij door iemand wordt uitgenodigd. Behalve wanneer hij overal ter wereld zijn eigen zalen zou bouwen waar hij dan vervolgens kan optreden zoveel hij wil.

We kenden je al eerder van uw Soler-cd bij het label Naxos. Heb je nog plannen voor volgende opnames?

Ik ben eigenlijk geen grote fan van opnamen maken – ik voel me niet zo op m’n gemak in een zaal waarin ik tegenover microfoons zit. Bovendien is het resultaat eigenlijk nooit bevredigend. Als ik voorstellen krijg waarbij de omstandigheden acceptabel zijn, zal ik waarschijnlijk wel instemmen, maar ik ben er niet naar op zoek.

Ik ben van mening dat we eigenlijk meer behoefte hebben aan de ervaring van live muziek: samen in de concertzaal deel hebben aan het Mysterie van de Muziek. Nooit of te nimmer zal ik zo onder indruk kunnen raken van een cd (ook al is die uitmuntend) als van een concert met echte muzikanten.

 

 

Pianowijzer

Heeft u een vraag over het brede onderwerp 'de piano/vleugel' leg deze dan voor aan een deskundig panel. Het panel bestaat uit de pianisten: Regina Albrink en Ed Weber en Steef Ypma; pianotechnicus Karel Pepermans; muziekwetenschapper Geert Dhondt en een deskundige op het gebied van bladmuziek: Ton Habraken. De antwoorden worden gepubliceerd in Pianowereld.

U kunt uw vraag sturen naar: ben@daeter.nl.

© Copyright 2016 - Pianowereld Magazine